Quyllurit’i — wat “Sneeuwster” betekent in het Quechua — is een van de krachtigste spirituele en culturele vieringen in de Peruaanse Andes. Elk jaar, vlak voor het christelijke feest Corpus Christi, maken duizenden pelgrims — vooral katholiek, maar diep geworteld in Andesgeloof — ‘s nachts een beklimming naar de Sinakara-vallei bij de berg Ausangate, om daar El Señor de Quyllurit’i (De Heer van de Sneeuwster) te eren.
Het is een fascinerende mix van katholieke toewijding en inheemse Andes-tradities — een viering waarin Christus én de Apus (berggeesten), samen met Pachamama (Moeder Aarde), worden geëerd. Met deze blog willen we een onvergetelijke ervaring met je delen, in de hoop dat jij het op een dag ook zelf meemaakt.
Achtergrond
Om deze pelgrimstocht echt te begrijpen, is wat context handig. De oorsprong van Quyllurit’i (je spreekt het uit als Koj-joer-rie-tie) gaat terug tot het einde van de 18e eeuw. Volgens de legende raakte een jonge Quechua-herder, Mariano Mayta, bevriend met een mysterieuze, stralende jongen genaamd Manuel, hoog op de gletsjer van de berg Qullqipunku.
Toen priesters probeerden Manuel te vangen — omdat ze dachten dat hij een goddelijke verschijning was — verdween hij in een rots en liet een afbeelding van Christus achter. Die rots werd een heilige plek, en zo ontstond de jaarlijkse pelgrimstocht.

In de loop der jaren is het feest een mix geworden van katholieke en pre-Columbiaanse Andes-overtuigingen. Tegenwoordig komen tienduizenden pelgrims uit alle hoeken van de Andes samen voor rituelen voor El Señor de Quyllurit’i, maar ook voor offers aan Pachamama en de Apus. Sinds 2011 staat Quyllurit’i op de UNESCO-lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed.
De klim naar de gletsjer: kracht en symboliek
Een van de meest indrukwekkende en symbolische tradities van de pelgrimstocht was de klim naar de gletsjer door de Ukukus — mannen verkleed in dikke, berenachtige kostuums. Ze stellen mythische wezens voor: half mens, half beer. Deze spirituele bewakers klommen ‘s nachts de gletsjer op om blokken heilig ijs te halen, waarvan men gelooft dat het genezende krachten heeft en zegen brengt voor hun gemeenschap.
Elke man droeg een blok ijs op zijn rug terug naar huis — vaak een tocht van uren of zelfs dagen.
Door de klimaatverandering en het terugtrekken van de gletsjer is dit ritueel de laatste jaren grotendeels verboden, om de kwetsbare natuur te beschermen. Toch blijft de symboliek bestaan: een krachtige uiting van geloof, fysieke opoffering en leven in harmonie met de natuur.
Voorbereiding: de dag ervoor
Omdat onze wandeling ‘s nachts begon — meestal op de zaterdag vóór Corpus Christi — is uitrusten vooraf superbelangrijk. Ik sliep daarom goed uit op de dag van vertrek, om ‘s nachts genoeg energie te hebben.
’s Middags begon ik met mijn gebruikelijke voorbereidingen. Eerst een stevig, voedzaam brunchje, en daarna naar de Huancaro-markt in Cusco. Ik kocht fruit, snacks, twee liter water, cocabladeren (handig tegen hoogteziekte), en natuurlijk wat chocola en snoep. In Cusco zijn er overal markten en kraampjes die tot laat open zijn.
Wat neem je mee?
- Laagjes, laagjes, laagjes! ’s Nachts kan het onder het vriespunt komen, terwijl de zon overdag op 4.700 meter hoogte flink kan branden.
- Essentiële spullen: zonnecrème, wintermuts, pet, handschoenen, sjaal, hoofdlamp (of zaklamp) en een herbruikbare drinkfles.
- Vergeet je offer niet: cocabladeren of kaarsjes zijn veelgebruikt en betekenisvol.
De pelgrimstocht begint
We spraken om 21:00 uur af bij het colectivo-station in Cusco. Vanaf daar vertrekken er minibussen en busjes richting Mahuayani, het dorp waar de wandeling echt begint — zo’n 3 uur rijden vanaf Cusco. Eenmaal aangekomen hoef je eigenlijk alleen maar de mensenmassa te volgen — letterlijk honderden mensen beginnen samen aan de tocht.

Voor we vertrokken, warmden we ons op met een kom caldo de gallina (kippensoep). Vegetariër? Geen probleem — vraag gewoon aan de casera (de vrouw die de soep verkoopt) om de kip weg te laten. Ze begrijpt het meteen.
Rond 1:30 ’s nachts, met cocabladeren in onze wang en soep in onze maag, begonnen we aan de klim.
De nachtelijke tocht van Qoyllur Rit’i
Het eerste stuk is steil, maar goed te doen. De wandeling is niet per se fysiek zwaar, maar vooral koud. Gelukkig blijf je warm door te bewegen, en het gezelschap van honderden andere pelgrims — veel met trommels, fluiten of fanfares — geeft de nacht een bijna feestelijk, magisch gevoel.
Een belangrijk ritueel onderweg is het Pago a la Tierra, ofwel offer aan Moeder Aarde. We legden drie cocabladeren op de grond, bedankten voor alles, en deden een wens of gebed. Dit moment draait echt om dankbaarheid en intentie.
Onderweg passeer je acht kruisen, elk markeert een kilometer dichter bij de heilige plek. Bij elk kruis steken mensen kaarsjes aan en bidden ze. Het is echt ontroerend — vooral onder de sterren en de volle maan. Het festival valt namelijk altijd samen met de volle maan eind mei of begin juni.
Langs delen van het pad staan kraampjes waar van alles verkocht wordt: warme kleding, water, kaarsen, snacks én symbolische dingen zoals speelgoedautootjes, mini-huisjes en nep-geld — offers voor welvaart, succes of liefde.
Deze mix van katholiek geloof en Andes-symboliek voelt misschien bijgelovig, maar is diep verbonden met een manier van leven waarin het spirituele in alles aanwezig is.
Aankomst in Sinakara
Na zo’n 4 tot 5 uur wandelen bereikten we de heilige vallei van Sinakara, vlak bij de gletsjer van de Ausangate-berg. Hier, op bijna 4.700 meter hoogte, wachtte onze eindbestemming: een heiligdom gebouwd op de plek waar volgens de legende de verschijning van Christus plaatsvond.
Zonsopgang in de vallei
Bij zonsopgang verandert de hele sfeer. De kou en het donker maken plaats voor een gouden gloed die de besneeuwde bergen verlicht. Alpaca’s lopen vrij rond, en het geluid van schelphoorns (pututos) kondigt de nieuwe dag aan. Het is eerlijk gezegd pure magie.
Pelgrims staan in de rij om de kapel te bezoeken, terwijl anderen uitrusten op de groene heuvels, genieten van het uitzicht of meedoen met de vieringen. Overal zie je dansgroepen in traditionele kleding, vooral de Ukukus — mythische figuren met berenpakken die rituele dansen uitvoeren. Zij zijn de spirituele beschermers van de gletsjer, en vormen de schakel tussen de natuur en het bovennatuurlijke.
Tot onze verrassing werden we hartelijk onthaald door de lokale gemeenschap, met gratis warme chocolademelk uit enorme ketels. 💛
Optioneel: Kamperen en langer blijven
Veel mensen nemen een tent mee en blijven één of meerdere nachten. Tijdens het volledige festival zijn er missen, traditionele dansen en rituelen, zoals de gletsjerbeklimming waarbij de Ukukus vroeger heilig ijs kwamen halen.
Blijf je slapen? Wees dan goed voorbereid op de kou — het sneeuwde de dag na onze aankomst, en de temperatuur kan flink onder nul zakken.
De terugweg
De terugwandeling is vooral bergaf, maar inmiddels staat de zon hoog en schijnt fel. Vergeet je zonnebescherming niet en neem regelmatig een pauze. Het uitzicht is prachtig, dus neem je tijd en geniet ervan.

Een kleine waarschuwing: er komen regelmatig paarden en muildieren met bagage voorbij op het smalle pad — geef ze ruimte en blijf goed opletten. Door de droge berglucht komt er ook veel stof in de lucht, wat je ogen en keel kan irriteren. Een lichte sjaal of mondkapje is dus geen overbodige luxe.
Eenmaal terug in Mahuayani vonden we snel een colectivo terug naar Cusco. Gelukkig konden we onderweg nog even slapen. De retourrit kostte zo’n 80 soles (ongeveer 10 dollar per rit).
Iets unieks meemaken?
Ben je eind mei of begin juni in Cusco en wil je iets meemaken dat spiritueel, cultureel én totaal anders is? Dan is deze pelgrimstocht echt iets voor jou.
Je beleeft eeuwenoude tradities, loopt onder een sterrenhemel, deelt soep met vreemden — en misschien ervaar je zelfs een moment van innerlijke rust of verandering.
Dit is een ervaring in Peru die je nooit zult vergeten.
Read more:



